Dit is een van mijn vader’s favoriete bijgerechten, samen met de atjar ketimun. Deze variant heeft een sterke, uitgesproken smaak en de geur is ook doordringend. Dit zal niet bij iedereen in de smaak vallen.

Wat heb je nodig?

  • 1 flinke bos radijs
  • 400ml azijn
  • scheutje citroensap
  • snuf verse peper 
  • 250 gram suiker
  • 1 grote lege pot

Maak de radijsjes schoon, ontdoe ze van oneffenheden en snij ze in vieren. Doe ze dan in de schone pot. 

In een steelpan meng je de azijn, citroensap, peper en de suiker. Breng het aan de kook en schenk het over de radijsjes heen. Mocht de pot nu nog niet gevuld zijn, doe er dan wat kokend water bij. Doe de pot dicht en zet hem ondersteboven om af te koelen zodat hij vacuüm trekt.

Zoals je ziet gaat de kleur van de schil af en kleurt de azijn prachtig roodroze.

Mocht de pot nou niet vacuüm zijn getrokken, kook hem dan even in een pan water zodat hij alsnog vacuüm trekt.