Ik ben écht geen bakprinses. Ik hou niet van bakken, heb geen geduld om deeg te kneden en bovendien maakt al die bloem zoveel troep in de keuken want het stuift overal heen. Als ik iets bak is het vaak iets met bladerdeeg zoals mijn saucijzenbroodjes of bijvoorbeeld deze appelflappen. Lekker makkelijk!

Wat heb je nodig?

  • 4 flinke goudrenetten, in blokjes
  • 1 handje rozijnen, geweld
  • 1 theelepel kaneel
  • snufje kardemon
  • snufje piment
  • snufje gemalenkruidnagel
  • snufje gemberpoeder
  • 2 eetlepels bruine basterdsuiker
  • 1 pakje bladerdeeg (10 vellen)
  • 1 ei, losgeklopt
  • kristalsuiker

Verwarm de oven voor op 175 graden (hetelucht).

Heel simpel: meng de appel met de kruiden, rozijnen en bruine basterdsuiker. Zet opzij.

Haal de plakjes bladerdeeg uit de verpakking en spreid ze uit zodat ze sneller ontdooien. Als ze vouwbaar zijn kun je beginnen. Niet wachten tot ze helemaal ontdooit zijn, dan werkt het niet prettig meer.

In het midden van het plakje bladerdeeg leg je een schepje van het appelmengsel. Er komt vocht uit door de suiker dus probeer zo min mogelijk vocht mee te scheppen anders worden de appelflappen te nat. Eventueel met een zeefje of schuimspaan het mengsel even afgieten.

Vouw het bladerdeeg dicht, druk de randjes aan met een vork en prik bovenop wat gaatjes zodat het vocht kan ontsnappen en je appelflap niet misvormd in de oven. Leg de appelflappen op een bakplaat met bakpapier. Zo ga je door tot je al het bladerdeeg hebt gebruikt. Heb je wat appelmengsel over? Lekker opeten dan! 😉

Bestrijk de appelflappen met het losgeklopte ei en bestrooi met wat kristalsuiker. Zet de appelflappen in de oven, net onder het midden, en bak ze in zo’n 25-30 minuten gaar. Kijk tussendoor of de suiker niet verbrand, als het te donker wordt gaat het bitter smaken en dat is echt niet lekker.

Ik bewaar ze het liefst zonder af te dekken zodat ze knapperig blijven. Erg lang hoef je ze toch niet te bewaren, ze zijn altijd zo op: vooral als ze nog lauw zijn!