Dit is een favoriet van mijn moeder: draadjesvlees. Een gerecht waarbij ik moet denken aan het najaar omdat het typisch comfort food is. Wij eten dit met gekookte aardappeltjes en warme bietjes: op en top Nederlands.

Het voorbereiden is zo gedaan maar het gerecht moet wel uren op het vuur staan. Maak dit dus als je de hele dag thuis bent.

Ouderwets draadjesvlees

Wat heb je nodig?

  • 1kg magere runderbraadlappen
  • 1 ui, gesnipperd
  • 1 theelepel mosterdzaad
  • 1 theelepel gedroogde tijm
  • 3 laurierblaadjes
  • snufje gemalen kruidnagel
  • peper
  • zout
  • scheutje azijn
  • scheutje rode wijn
  • boter
  • water

Wij gebruiken altijd rundvlees zonder vet. Dit is persoonlijke voorkeur. Als je de voorkeur hebt voor een sucadelap of riblap kun je die natuurlijk ook gebruiken.

Ik gebruik een gietijzeren pan met dikke bodem, hierin smelt ik de bakboter en bak ik de braadlappen aan tot ze mooi bruin zijn. Kruid ze met flink wat peper en zout. Haal de lappen eruit als ze bruin zijn en zet even opzij.

In dezelfde pan bak je de uien even aan met de laurierblaadjes en tijm. Doe nu het vlees terug en vul de pan met water tot het vlees onder staat. Nu kun je er de azijn, wijn en de rest van de kruiden bij doen.

In een pan met dikke bodem (ik gebruik een gietijzeren) smelt je de boter en bak je de braadlappen aan tot ze mooi bruin zijn. Kruid ze met flink wat peper en zout. Doe er dan de ui bij en bak deze even mee. Hierna kun je de laurierblaadjes en tijm erbij doen, ook even meebakken. Hierna voeg je water toe tot het vlees net onder staat en doe je er de azijn, wijn en de rest van de kruiden bij.

Breng aan de kook en verplaats de pan vervolgens naar een kleiner pitje. Zet de pan erop met een sudderplaatje en laat zo’n 4 tot 5 uur op laag vuur sudderen. De tijd kan verschillen als je dikkere runderlappen hebt.